Verzen

 

Athenaeum - Polak & Van Gennep

Verzen is het tiende deel van het Volledig werk van Willem Elsschot (1882-1960), in een kritische leeseditie, bezorgd door het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Na jaren zorgvuldig onderzoek kan een breed publiek de grote schrijver weer lezen in authentieke vorm, mét al zijn eigenaardigheden, maar zonder alle tekstcorrupties die in de loop van de jaren in het werk zijn geslopen. Alle delen gaan vergezeld van een uitgebreide verantwoording en commentaar.

Was Willem Elsschot een geboren dichter? Ja en nee, zo vond hij in de allereerste plaats zelf. In een interview uit 1959 zei hij: 'Dichten heb je of heb je niet. Schilderen wordt je ook aangeboren, maar daarin kan een of andere leermeester je nog een handje helpen. Met poëzie ben je helemaal op jezelf aangewezen. En het "in zich hebben en niet weten" is kletskoek; als je door de muze gebeten wordt, vloeit het zo wel uit de pen.' In een eerder interview (uit 1942) heette het daarentegen: 'Ik heb nooit concessies kunnen doen aan de vorm, ten nadele van de inhoud. Steeds staarde ik mij blind op wat ik wilde uitdrukken, zodat menig gedicht onafgewerkt bleef omdat ik het rijm slechts had kunnen vinden indien ik mij gedeeltelijk had losgemaakt van de inhoud. Een geboren dichter kan dat wel, ik echter niet.'

Ook de critici zijn er tot op heden niet uit. Al bij de eerste bundelpublicatie, Verzen van vroeger (1934), noemden de recensenten Elsschot 'veeleer een dichterlijke natuur dan een dichter' en zijn gedichten dienovereenkomstig 'weinig dichterlijk', maar het resultaat vond men er niet minder om. Marnix Gijsen: 'Zijn motieven zijn niet zeer verscheiden, zijn vorm is niet rijk, bij bezit ten slotte niet die kleine dosis welbespraaktheid die aan het vers dat cachet van gemakkelijkheid verleent dat zoo behaaglijk en zoo vervelend kan zijn. Zijn vers is in wezen en vorm hoekig, gebeten, hard. Zooals het is, bereikt het echter een zuiverheid en een kracht wier gelijke ik niet ken op dit moment.' Op grond van precies dezelfde argumenten kwam de schrijver Hedwig Speliers veertig jaar later tot een totaal andere conclusie: 'In deze poëzie is geen poëzie aanwezig. Wél aanwezig zijn getranscribeerde emoties van woede, opstand en pessimisme. Van rijm voorzien.' Nog eens dertig jaar later reageerde de essayist en criticus Clem Bittremieux: 'Ik weet niet waar hij het vandaan heeft, maar die verzen staan op hun poten. Die zijn vuurvast in de oven gezet, niet kapot te krijgen. Elsschots verzen vertonen het voor goede poëzie zeldzame kenmerk, dat ze als vanzelf vragen om hardop gelezen te worden. [...] Hij mag dan geen dichter zijn, hij heeft desalniettemin verdomd goede gedichten geschreven.' Lees en overtuig uzelf.

 

Harry N. Sierman

Terug naar boven