Kaas

 

Athenaeum - Polak & Van Gennep

Kaas is het vijfde deel van het Volledig werk van Willem Elsschot (1882-1960), in een kritische leeseditie, bezorgd door het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Na jaren zorgvuldig onderzoek kan een breed publiek de grote schrijver weer lezen in authentieke vorm, mét al zijn eigenaardigheden, maar zonder alle tekstcorrupties die in de loop van de jaren in het werk zijn geslopen. Alle delen gaan vergezeld van een uitgebreide verantwoording en commentaar.

'Ik vind dit boek - een roman kan het niet genoemd worden - mijn meest geslaagde, omdat ik er naar mijn oordeel evenwichtig in heb kunnen uitbeelden: de pijnlijke gemoedstoestand en tragiek van een man die door de omstandigheden gedwongen wordt een vak uit te oefenen dat helemaal in strijd is met zijn karakter, zijn aanleg, zijn temperament. Het is, meer nog dan de andere boeken, een brok uit mijn leven, de uitdrukking van mijn walg tegenover publiciteit en handel. Omdat publiciteit een te abstract onderwerp was om over te schrijven heb ik kaas genomen. Het heeft vorm, kleur, het ruikt en het stinkt soms. Ik had ook vis kunnen nemen.'

Aldus Willem Elsschot. Zeventig jaar na de verschijning van de eerste druk (1933) is de thematiek van Kaas onverminderd actueel, zo blijkt uit het enthousiasme waarmee onlangs de Engelse vertaling van het boek is ontvangen. De vergelijking tussen de tot mislukken gedoemde kaasonderneming van Frans Laarmans en de recente dotcom-crisis ligt voor de hand, al is dat niet de enige verklaring voor het succes. Zelfs in vertaling maakt Elsschots stijl nog steeds grote indruk op de lezer ('brisk efficiency', 'softhearted cynicism'), precies zoals de auteur dat tijdens het schrijven van Kaas voor ogen had gestaan: 'Het dramatische van de dingen zit immers niet in wat er gebeurt maar in den indruk die het gebeurde op den toeschouwer maakt. [...] Het komt er voor een schrijver slechts op aan zijn persoonlijk tragisch gevoel (om het even waar het om gaat) zoo in woorden te brengen dat het kan overgaan in de ziel van derden, althans van derden die er bevattelijk voor zijn.'

Voor die indruk bleek het buitenland al in 1933 bevattelijk, ook zonder vertaling. The Times schreef in een recensie van de eerste druk: ' As a tragi-comedy this unpretentious story [...] is extraordinarily moving.'

Harry N. Sierman

Terug naar boven