Het Dwaallicht

 

Athenaeum - Polak & Van Gennep

Het Dwaallicht is het negende deel van het Volledig werk van Willem Elsschot (1882-1960), in een kritische leeseditie, bezorgd door het Constantijn Huygens Instituut der Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen. Na jaren zorgvuldig onderzoek kan een breed publiek de grote schrijver weer lezen in authentieke vorm, mét al zijn eigenaardigheden, maar zonder alle tekstcorrupties die in de loop van de jaren in het werk zijn geslopen. Alle delen gaan vergezeld van een uitgebreide verantwoording en commentaar.

Met Het Dwaallicht (1946) zou Willem Elsschot zijn geestelijke of zelfs literaire testament hebben geschreven. In de vele beschouwingen over de novelle wordt steevast gewezen op het symbolische einde van het verhaal, waarin Frans Laarmans en zijn 'drie zwartjes' tot de conclusie moeten komen dat hun zoektocht naar de mysterieuze Maria Van Dam op niets uitloopt: 'Zij is als een beeld dat men in't water ziet. Als men het grijpen wil is er niets. Of zooals de lichten in het moeras. Men kan ze naloopen, doch men achterhaalt ze niet .' Toch is de zoektocht niet tevergeefs: zij levert het besef op dat het geluk alleen gevonden kan worden in de aanvaarding van het leven zoals het komt. Met dit 'bitterzoete compromis' neemt Laarmans weer plaats achter zijn krant, en neemt Elsschot afscheid van de literatuur. 'I hang my harp on a weeping willow-tree', zo klinkt het immers niet voor niets in het liedje dat Laarmans bij zijn afscheid plotseling te binnen schiet.

Tot zover de gangbare opvatting. Dat Elsschot met Het Dwaallicht zijn lier aan de wilgen zou hangen had de schrijver zelf in 1946 echter nog niet voorzien. Kort daarop begon hij namelijk alweer aan een nieuw boek, dat weliswaar onvoltooid bleef maar niettemin aantoont dat Elsschot nog geen definitief afscheid van de literatuur had genomen.

Ook voor de toenmalige lezers was er geen aanleiding om Het Dwaallicht als Elsschots testament te beschouwen: zij zagen het gewoon als 'weer een kostelijk boekje van dezen uitzonderlijken schrijver', zonder veel oog voor de complexiteit en meerduidigheid van het verhaal. Adriaan Morriën las het met 'bewondering en verteedering': 'Zoo'n schrijver, zoo'n geboren verteller, bezitten wij hier niet. Als er een novelle van hem in het Engelsch of Russisch wordt vertaald, moet hij toch wereldberoemd worden, zou ik denken.' Ook anno 2004 blijkt Het Dwaallicht het zonder diepgravende analyses te kunnen stellen. Kees Fens: 'Ik herlas na jaren Het Dwaallicht, met grote bewondering. En alle diepzinnigheid die ik er zelf ooit over heb geschreven, bleef onzichtbaar: de tekst staat alleen, autonoom, autoritair zelfs, recht overeind.'

Harry N. Sierman

Terug naar boven